SAY BROTHERS WILL YOU MEET US

Laatste aanpassing op 01/12/2018

Artiest: Methodist camp meeting congregations
Auteur: anonymus
Jaar: 1806

Methodist hymne voor het eerst gepubliceerd in 1806 door David Mintz in Noord Carolina. Onder een andere titel Grace Reviving In The Soul (Hymn 50) genoteerd in een religieuze liederenbundel uit 1807 toebehorend aan Stith Mead, een camp meeting revivalist in Boiling Springs, Virginia. Camp meetings lagen aan de basis van de Bible Belt. Hoewel in 1808 ook in een hymneverzameling in Boston genoteerd werd Say Brothers in het noorden pas rond 1850 populair, toen ook daar Methodisten explosief voet aan wal kregen. Say Brothers bleef populair, zowel bij blanke als zwarte zuiderlingen, tot zelfs tijdens de Burgeroorlog (zij het met verschillende invulling van de tekst). De muziek - zoals we zullen zien - bleef ook nadien nazinderen, de tekst nauwelijks.

Covers:

1850s:

William Steffe [als Say Bummers Will You Meet Us; Steffe was organist en koormeester van een Methodist camp meeting festival in Zuid Carolina; hoewel Say Brothers duidelijk al veel ouder was en Steffes eerder een gelegenheidslied betrof, zie je zijn naam vaak als componist van John Brown's Body en zelfs als die van The Battle Hymn Of The Republic]

1859:

Singing quartet in residence with the 12th Massachusetts Regiment [als John Brown's Body; (Blanke) John Brown was een abolitionist die in 1859, dus kort voor het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog, samen met een twintigtal geestesgenoten (blank en zwart) een federaal arsenaal aanviel in Harpers Ferry, West Virginia in de hoop daarbij wapentuig buit te maken om aan zwarte slaven uit te delen en daarmee een algemene opstand uit te lokken in de zuidelijke Verenigde Staten. Ook omdat er bij die actie doden vielen werd hij gevangen genomen (door kolonel Robert E. Lee), berecht en opgehangen; dit fait divers was zo'n beetje eenzelfde lont in het kruitvat als de moord op die Aartshertog in Bosnië vlak voor het uitbreken van WO I; al werkte hier vooral de song over hem aanstekelijker dan zijn daden zelf, song die beetje bij beetje zowat spontaan ontstond binnen de rangen van niet nader te specifiëren legereenheden uit de noordelijke staten; maar als er dan toch één Regiment moet aangeduid worden als datgene van waaruit John Brown's Body werkelijk terreinwinst boekte, dan dit 12th Massachusetts wel, uit Boston en met een naamgenoot van John Brown binnen de rangen, zelfs deel uitmakend van hun zangkwartet; toen het bericht binnenliep over de executie van abolitionist John Brown riep de John Brown die deel uitmaakte van dat regiment: "But he still goes marching around"; hetgeen bij al zijn makkers natuurlijk op spontane en algemene goedkeuring werd onthaald; er wordt dan maar vanuit gegaan dat in die onmiddellijke euforie dat kwartet toen een signifikant deel van de John Brown's Body tekst op de melodie van de om zijn marskwaliteiten populaire Say Brothers hymne plakte; al gauw werd dit de officiële marching song van dat 12de Regiment, wat hen achteraf zelfs de bijnaam 'The Hallelujah Regiment' opleverde; tegen de tijd dat hun eigen John Brown sneuvelde zong de hele Union Army hun song; ook het knapsack vers uit de tekst zou geïnspireerd zijn door de regimentskorporaal John Brown: toen zijn lichting tijdens hun opleiding leerden hun knapzak zo klein mogelijk op de vouwen en die van John veruit de grootste bleef, werd hem natuurlijk nageroepen: knapzak, waar ga je met die soldaat naartoe? Waarop Brown antwoordde: "John Brown's knapsack is strapped upon his back and his soul will march on as far as any of you" en ook die opmerking bleef voortleven in de songtekst]

1861:

Brockton Brigade Band [één van de professionele korpsen die in de Boston regio geregeld soldaten kwamen entertainen en geboekstaafd voor de eerste publieke uitvoering van John Brown's Body (tijdens een vlag ceremonie)]

1861:

Patrick Sarsfield Gilmore's Band [leerde het van The Brockton Brigade Band (zie ook When Johnny Comes Marching Home Again)]

1861:

C.S. Hall [Bostonite met abolitionist sympathieën en de eerste die de John Brown Song publiceerde en als broadsheet verkocht in de eerste weken van de Burgeroorlog (als zoete broodjes); latere versie als Fort Warren (naar het fort bij Boston waar het 18de Regiment gelegerd lag); nu kwamen overal te lande muziekuitgevers met een eigen versie voor de dag, tegen het einde van de oorlog zo'n 75 in totaal]

1862:

Julia Ward Howe [haar man was te oud om te vechten en haar zonen waren nog niet dienstplichtig, dus schreef zij zelf The Battle Hymn Of The Republic, gedicht voor het eerst gepubliceerd in de februari editie van Atlantic Monthly (het was hoofdredacteur James T. Fields die de titel bedacht); geschreven als reactie op de compromisloze tekst van John Brown's Body, haar 's nachts in een hotelkamer in Washington, DC als het ware ingefluisterd en als geen ander de tijdsgeest vattend (aan het begin van de Amerikaanse Burgeroorlog) zonder daarom specifiek te zijn qua tijd en ruimte; reden waarom haar gedicht achteraf zo universeel bleef aanspreken in evenzoveel uiteenlopende strijdtonelen; eerste lijn "Mine eyes have seen the glory of the coming of the Lord" werd overgenomen door Dr Martin Luther King aan het eind van zijn beroemde laatste (Mountaintop) speech, de vooravond van zijn dood, op 3 april '68 - Church of God in Christ, South Memphis; de tekst verwijst ook naar the grapes of wrath: He is trampling out the vintage where the grapes of wrath are stored; voor het eerst publiek gezongen op de geboortedag van George Washington in de Congregational Church in Framingham, Massachusetts]

1863:

Charles McCabe [Methodist pastor uit Ohio die toen hij het gedicht op de Atlantic cover las niet uit zijn zetel opstond alvorens het helemaal van buiten te kennen; als kapelaan bij het 122ste Ohio Infanterie Korps werd hij na de Slag om Winchester door Zuidelijke troepen gevangen genomen; met zijn mooie bariton mocht hij zijn medegevangenen graag onderhouden, o.a. met zijn versie van The Battle Hymn; toen in hun cel het nieuws bekend raakte dat in Gettysburg de Noordelijken een belangrijke overwinning hadden behaald zongen op de duur zo'n vijfhonderd gevangenen enthousiast het Glory Hallelujah koor; na zijn vrijlating heeft hij dat verhaal keer op keer mogen overdoen, geen onbelangrijke factor in de successtory achter deze hymne]

1863:

Hutchinson Family ['The North's most prominent abolitionist singing group' met een kleine tekstwijziging: in plaats van "As He died to make men holy, let us die to make men free" zongen zij As He died to make men holy, let us live to make men free]

1872:

Fisk Jubilee Singers [als Battle Hymn Of The Republic en als John Brown's Body, versies die tegelijk de reputatie van de song als van het koor vestigde, vooral overzee; Fisk University in Nashville was de oudste hogeschool voor zwarten in de South (1866) en hun koor stond als het ware symbool voor het succes van de Reconstructie; alleen werd geen enkel Amerikaans stoomschip bereid gevonden de zangers aan boord te nemen bij hun eerste geplande wereldtournee in 1873]

1881:

Johannes Brahms [het Say Brothers/John Brown's Body/Battle Hymn thema komt duidelijk even langs na 10 minuten in het Allegro non troppo, Eerste Deel van zijn Piano Concerto N°2]

1890s:

University of Georgia Football Team Band [als hun fight song Glory Glory To Old Georgia; zoveel jaar na de Burgeroorlog werd deze melodie blijkbaar niet langer exclusief vereenzelvigd met the North; ook al tijdens de Spaans-Amerikaanse oorlog in de 1870s, waarin noordelijke en zuidelijke bataljons broederlijk naast elkaar vochten, raakten tot dan toe met de ene of de andere partij gelinkte songs als de Battle Hymn en Dixie met elkaar verweven; ironisch daarbij is dat Daniel Emmett, auteur van Dixie, uit Ohio kwam en dat zijn song oorspronkelijk furore had gemaakt in noordelijke minstrel show kringen, terwijl de melodie van de Battle Hymn dus zuidelijke (camp meeting) roots vertoonde]

1901:

Mark Twain [arrangement van The Battle Hymn met bittere tekst tegen de Amerikaanse ambities de Filipijnen in te lijven; werd pas na zijn dood tussen zijn documenten teruggevonden]

1903:

J.W. Myers [bariton solo als John Brown's Body op Victor]

1905:

George Alexander [als Battle Hymn Of The Republic, eerste opname voor Columbia]

1910:

Homer Rodeheaver [als music director achter revivalist preacher Billy Sunday; eindigde zijn opwarmingsronde altijd met de Battle Hymn; meer over Sunday onder Chicago (That Toddling Town)]

1912:

Columbia Mixed Quartet [idem]

1915:

Ralph Stanley [als Solidarity Forever; Chaplin was IWW gelieerd (International Workers of the World) en raakte geïnspireerd voor zijn tekst door een koolmijnstaking in 1912-13 in Kanawha County, West Virginia en door een Hongermars in Chicago in 1915]

1917:

Welsh Guards [als The Battle Hymn tijdens een ceremonie in St Paul's Cathedral en in aanwezigheid van de Britse koning en koningin om Amerika te eren om hun toetreding tot WO I]

1918:

John McCormack [als The Battle Hymn op Independence Day in Mount Vernon, George Washingtons hometown]

1918:

Columbia Stellar Quartet [n°1 US als Battle Hymn Of The Republic]

1937:

Manhattan Chorus [als Solidarity Forever met communistisch geïnspireerde laatste strofe]

1944:

Fred Waring & His Pennsylvanians [als Battle Hymn Of The Republic; een versie uit '53 met in de tekst "Let us live to make men free" in protest tegen de oorlogsinspanning in Korea]

1948:

Blind Boys Of Mississippi

1950:

Ward Singers

1950:

Beverly Shea [zong The Battle Hymn als theme song van de Billy Graham Evangelical Association in diens wekelijks radio programma Hour Of Decision]

1950s:

Paul Robeson [als John Brown's Body]

1955:

Pete Seeger & The Almanac Singers [als Solidarity Forever, de onofficiële hymne van de Amerikaanse arbeidersbeweging]

1955:

Teddy Buckner [in film Pete Kelly's Blues als Battle Hymn Of The Republic]

1957:

Marian Anderson [versie die begint met de Battle Hymn en overgaat in Solidarity Forever]

1959:

Morman Tabernacle Choir [als Battle Hymn Of The Republic, top 20 US en Grammy voor beste kooruitvoering; tijdens de daaraan gekoppelde awards ceremony (voor het eerst op TV) zong het bijna 300 koppig koor voltallig]

1959:

Odetta [idem]

1960:

Blind Boys Of Alabama

1961:

Mighty Clouds Of Joy

1961:

Duane Eddy [als Theme From Dixie]

1961:

Ruth Pitts [contralto met The U.S. Marine Band Orchestra en The U.S. Army Chorus tijdens de honderdste verjaardag van The Battle Hymn Of The Republic in de National Gallery of Art in Washington, DC]

1962:

Joan Baez [als John Brown's Body]

1962:

Blue Diamonds [idem]

1962:

Mahalia Jackson [als The Battle Hymn tijdens een plechtigheid bij Lincoln Memorial in Washington, DC bij de honderdste verjaardag van de Emancipation Proclamation]

1965:

Len Chandler [een Battle Hymn die begint met "Mine eyes have seen injustice in each city, town and state"; werd omarmd door de Black Panther Party]

1965:

Johnny Hoes [als Huppie Huppie Huppie op lp Johnny Hoes Presenteert: Hand In Hand Kameraden als onderdeel van een medley met De Zingende Voetbalenthousiasten, De Stadiongangers, Supportersclub Langs 't Lijntje en hoempa-orkest De Vrolijke Goalgetters olv scheidsrechter Jean Kraft; het jaar nadien ('66) zelfde medley maar dan als Huppie Huppie Huppie (Ajax Dat Is Mijn Cluppie) op lp Johnny Hoes Presenteert: Ajax; het stikt van de Nederlandse parodieën op deze melodie: zie hieronder ook onder Henkie en in NL padvinders- en wandelkringen in de 1930s zongen ze van "Jan de Bruin z'n motor had een lekkie in z'n band en dat stopte hij met kauwgom dicht"]

1968:

Anita Bryant [als de Battle Hymn in het Witte Huis]

1968:

Dr. Martin Luther King [eindigde zijn Mountaintop speech in Mason Temple, Memphis op 3 april, de vooravond van zijn dood, met de eerste lijn uit de Battle Hymn: Mine eyes have seen the glory of the coming of the Lord]

1968:

Andy Williams [zijn Battle Hymn Of The Republic op de begrafenis van Robert Kennedy is uitgebracht op single; zijn hoogste notering NL]

1968:

Egbert Douwe [als Vader Is De Dader; hit NL]

1968:

Brian Auger & The Trinity [als John Brown's Body]

1968:

Lords [hit D als John Brown's Body]

1970:

Lalo Schifrin [als Battle Hymn Of The Republic in film Kelly's Heroes]

1971:

C Company featuring Terry Nelson [als Battle Hymn Of Lt. Calley, top 40 US; opgenomen bij FAME in Muscle Shoals, met studioeigenaar Rick Hall op banjo]

1972:

Elvis Presley [in An American Trilogy; zie daar]

1974:

Goodies [als Father Christmas Do Not Touch Me; top 10 UK]

1974:

Beach Boys [als Battle Hymn Of The Republic]

1977:

Joe Glazer [als Solidarity Forever]

1978:

Barbara Dane & Pete Seeger [idem]

1979:

Van Morrison [als John Brown's Body op The Philosophers' Stone]

1991:

Judy Collins [als Battle Hymn Of The Republic]

1994:

Daryl Hall [als Gloryland, de officiële song voor de wereldbeker voetbal in de VS]

2000:

Helmut Lotti [als John Brown's Body]

2001:

John Boutté [als Battle Hymn Of The Republic]

2001:

Navy Sea Chanters [in Washington National Cathedral tijdens de officiële herdenkingsplechtigheid rond nine/eleven, ondersteund door het kerkorgel en de voltallige massa aanwezig; niet alleen was dit historisch een zeer geschikte gelegenheid om de Battle Hymn (in zijn geheel) te zingen, ook geografisch: in zeven bovenhoeken van die kathedraal zijn beelden verwerkt van de meest tot de verbeelding sprekende passages uit de tekst; in John Stauffer & Benjamin Soskis's biografie van de song (The Battle Hymn Of The Republic - Oxford University Press, 2013) wordt elk nieuw hoofdstuk geillustreerd door één van die zeven hoekversiersels en in de nok staan vijf Yankee soldiers rond een kanonsloop afgebeeld bij het woord "Hallelujah"]

2002:

Bob McGrath [als Little Peter Rabbit (Had A Fly Upon His Ear); Peter Rabbit is een kinderboekcreatie van Beatrix Potter]

2004:

Kids Club Singers [idem]

2004:

Susie Tallman [idem]

2006:

Henkie [als Lief Klein Konijntje; n°1 UT]

Het arsenaal in Harpers Ferry waar John Brown en zijn medestanders in stand hielden bleef tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog wonderwel overeind. Het is juist nadien dat het gevandaliseerd werd door souvenirjagers. In 1891 werd het afgebroken en getransporteerd naar Chicago voor de World Fair. Terug in Harpers Ferry sedert 1895.

Contact


Nieuwe suggesties, aanvullingen en/of correcties kunnen steeds per post of via e-mail naar onderstaand adres verzonden worden:

Arnold Rypens
Rozenlaan 65
B-2840 Reet (Rumst)

info@originals.be

No Facebook No Twitter