PINETOP'S BOOGIE WOOGIE

Laatste aanpassing op 17/07/2014

Artiest: Clarence 'Pinetop' Smith
Auteur: Clarence Smith
Label: Vocalion
Jaar: 1928

Was op aangeven van Cow Cow Davenport vanuit Pittsburg (waar hij nog voor Ma Rainey heeft gewerkt) naar Chicago verhuisd waar hij een appartement betrok samen met Meade Lux Lewis en Albert Ammons. Was de eerste song waarin de term werd gebruikt: "From red dress to white socks, from boogie to rock 'n roll, oo wee, that's what I'm talking about". Waarmee niet gezegd is dat hij de term zou hebben uitgevonden. Boogie woogie is net als zoveel muzikale genretermen oorspronkelijk jive-talk, een slangbegrip door Dan Burley in zijn toonaangevende Handbook Of Harlem Jive omschreven als: syfilis in de tweede graad. Dat je ook daar de kriebels van krijgt wordt op piano treffend geaccentueerd door het rusteloos op en neer pingelende linker handje. Voorgeschiedenis van dat karakteristieke pianothema: dat zat ook al in Hersal Thomas' intro voor de Special Delivery Blues van Sippie Wallace (1926), in de New Orleans Hop Scop Blues van zijn broer George Thomas, voor het eerst opgenomen in 1923 door Clarence Williams Blue Five met Sidney Bechet op sopraansax. Vier jaar voor Pinetop's Boogie Woogie vinden we het ook al terug bij Jimmy Blythe in Jimmy's Blues ('24); zijn Chicago Stomp ('24) wordt vaak omschreven als de eerste pure boogie woogie opname. Nog eens twee jaar eerder zitten er ook al boogie-basfiguren in Muscle Shoals Blues van George Thomas (gespeeld door Fats Waller).
In 1917 hoorde Little Brother Montgomery (toen 11 jaar oud) voor het eerst boogie-woogie spelen. In 1915 hoorde pianist Willie 'The Lion' Smith voor het eerst boogie-woogie spelen in Atlantic City. In 1913 hoorde T-Bone Walker een soort boogie-woogie in een kerk in Dallas. De vader van Albert Ammons en enkele van zijn leerlingen speelden het al in 1910 in Louisville, Kentucky. W.C. Handy hoorde het voor het eerst in Memphis in 1909, J. Mayo Williams (de ontdekker van Pinetop Smith) in 1906 in Chicago, Jelly Roll Morton zelfs al in 1904 maar dan in New Orleans. Lead Belly beweerde boogie-woogie al in 1899 gehoord te hebben in Caddo Co., Texas. Boogie woogie was ginder al sedert 1870 regelmatig te horen in de houtzagerijen, lumbercamps en terpentijnwinnerijen. Ouder dan ragtime dus.

Covers:

1928:

Albert Ammons [huisgenoot van Pinetop in Chicago als Boogie Woogie Stomp]

1935:

Cleo Brown [als Boogie Woogie; hier haalde Tommy Dorsey de mosterd]

1937:

Count Basie [idem, voor Tommy Dorsey]

1938:

Tommy Dorsey [idem]

1940:

Buster Bailey Sextet

1941:

Louis Jordan

1945:

Roy Milton [als Milton's Boogie; hit R&B]

1946:

Lionel Hampton & Bing Crosby

1953:

Little Johnny Jones [als I May Be Wrong]

1953:

Pinetop Perkins [met Earl Hooker en Willie Nix voor Sun]

1957:

Champion Jack Dupree [als Old Time Rock 'n' Roll]

1961:

Don Covay & The Goodtimers [in Pony Time]

1961:

Chubby Checker [idem; n°1 US & R&B]

1964:

Rob Hoeke Boogie Woogie Quartet [als Boogie Woogie Stomp]

1978:

Nighthawks [met Pinetop Perkins op piano]

1995:

Butch Thompson

Pinetop Smith zou zelf het succes van zijn boogie woogie niet meer meemaken (vooral dan sedert Tommy Dorsey het voor big band arrangeerde): amper twee maanden na deze opname werd Pinetop accidenteel neergeschoten in een dancehall in Chicago.

Contact


Nieuwe suggesties, aanvullingen en/of correcties kunnen steeds per post of via e-mail naar onderstaand adres verzonden worden:

Arnold Rypens
Rozenlaan 65
B-2840 Reet (Rumst)

info@originals.be

No Facebook No Twitter