SUMMERTIME

Laatste aanpassing op 02/05/2017

Artiest: Abbie Mitchell
Auteur: George Gershwin/Du Bose Heyward
Label: Musicmasters
Jaar: 1935

Vertolkte de rol van Clara in de oerversie van Porgy & Bess. Repetitie-opname voor deze Gershwin-opera, ingeleid door George Gershwin zelf (op cd Gershwin Performs Gershwin: Rare Recordings 1931-1935). Van de première in Boston, op 30 september 1935, is niets bewaard gebleven. Eerste plaatopname: blanke Helen Jepson (23.10.1935 - Victor). Weten we sedert het verschijnen van het boek rond Summertime van Jimmy Tigges en Paul Groenendijk: Moed Gevraagd Bij De 834ste Versie (Panta Rhei). Alban Bergs opera Wozzeck, meer bepaald het wiegenlied van Marie (Eia Popeia) klinkt doorheen de wazige akkoorden van Summertime. Gershwin was een fan.

Covers:

1935:

Helen Jepson [eerste plaatopname]

1936:

Billie Holiday [hit US]

1937:

Bob Crosby

1938:

Paul Robeson

1938:

Bing Crosby

1939:

Sidney Bechet [eerste hit voor het Blue Note label]

1940:

Anne Brown [de Bess in de originele opera cast voor Decca; vaak ten onrechte verkocht als the original]

1943:

Duke Ellington

1944:

Mildred Bailey

1944:

Eddie Condon

1944:

Tommy Dorsey [zang: Frank Sinatra]

1945:

Dick Haymes

1945:

Geraldo & His Orch.

1947:

Ravens

1949:

Charlie Parker

1949:

Count Basie

1952:

Dizzy Gillespie

1953:

Drifters [zang: Clyde McPhatter]

1955:

Chet Baker

1956:

Mahalia Jackson [in medley met Motherless Child, haar subtiele manier om de moord één jaar eerder op Emmett Till te gedenken, net als zij toen uit Chicago]

1956:

Art Blakey

1957:

Sam Cooke

1957:

Ella Fitzgerald & Louis Armstrong

1957:

Del Vikings

1957:

Charles Mingus

1957:

Armand Mestral [als C'est l'été]

1958:

Miles Davis

1958:

Gene Vincent

1959:

Loulie Jean Norman [in film Porgy And Bess]

1959:

Wes Montgomery

1960:

John Coltrane

1960:

Beatles [in Hamburg met Lu Walters van The Hurricanes als zanger en met Ringo Starr, drummer van de Hurricanes in de plaats van Pete Best op drums; meteen de eerste plaatopname waarop de fab four samen te horen zijn; slechts 9 exemplaren geperst waarvan slechts één exemplaar bewaard gebleven, vermoedelijk in het bezit van Paul McCartney & ('68) tijdens sessies voor witte dubbele]

1960:

Nina Simone

1960:

John Williams [als C'est l'été]

1961:

Hank Ballard

1961:

Toots Thielemans

1961:

Marcels

1961:

Herbie Mann [Live At The Village Gate]

1962:

Rick Nelson [met een riff die bij Deep Purple terugkomt in Black Night]

1962:

Atmospheres [instrumental met Robbie Van Leeuwen (demo)]

1963:

Sonny Rollins

1963:

Gerry & The Pacemakers

1963:

Memphis Slim

1963:

Ray Barretto

1963:

Albert Ayler

1963:

Sandra Reemer [als Sluimer Zacht]

1964:

Clarence Gatemouth Brown

1965:

Booker T. & The MG's

1965:

Kiri Te Kanawa

1965:

Chambers Brothers

1965:

Zombies

1965:

Big Mama Thornton

1966:

Billy Stewart [novelty- en tegelijk ook hitversie]

1966:

Sonny & Cher [B-kant van Little Man]

1966:

Chris Farlowe

1966:

George Benson

1966:

Walker Brothers

1966:

Shake Spears [hit B; heruit in '78, toen zelfs top 10 (top 20 NL)]

1967:

Lonnie Johnson

1968:

Toy Factory

1968:

Love Sculpture

1968:

Ten Years After

1968:

Big Brother & The Holding Company [zang: Janis Joplin en Bach-achtige intro van Sam Andrew]

1969:

Brainbox

1969:

Al Green

1969:

Burt Blanca

1970:

Cathy Berberian

1971:

Dexter Gordon

1971:

Herb Alpert

1972:

Dionne Warwick

1974:

Chris Barber

1976:

Ray Charles

1976:

Big Joe Turner

1977:

Tradition

1977:

James Brown

1978:

Ekseption

1979:

Waso

1979:

Willie Nelson & Leon Russell

1979:

Rick Wakeman

1982:

Flying Pickets

1982:

Fun Boy Three

1983:

David Essex

1984:

Residents

1987:

Barry Manilow

1987:

Paul McCartney [op Choba b CCCP]

1988:

Kelly Family

1991:

Patricia Kaas

1992:

Chet Atkins & Jerry Reed

1992:

Link Protrudi & The Jaymen [ex-Fuzztones]

1993:

Ron Levy's Wild Kingdom

1993:

Boom Big Band

1994:

Peter Gabriel

1994:

Courtney Pine

1995:

Howard Armstrong

1995:

Wayne Hancock

1996:

Sublime [als Doin' Time, kleine hit US; drijft op een Herbie Mann sample en maakt ook gebruik van van de Summertime beginregel en melodie; vaak geremixed]

1997:

Joe Henderson

1998:

Shirley Horn

1998:

Herbie Hancock [zang: Joni Mitchell; sax: Wayne Shorter]

1998:

Hubert Laws & Morcheeba [op Red Hot + Rhapsody]

1998:

Bobby Womack & The Roots [idem]

1999:

Me First & the Gimme Gimmes

2002:

UFO [voortbordurend op een Sarah Vaughan versie]

2003:

Aaron Neville

2006:

Leslie West

2006:

Jacqui Naylor

2008:

Don Cavalli

2008:

Elbow [slot The Bones Of You]

2016:

Willie Nelson [titelnummer lp]

Vaudevilles, musicaltheaters, filmzalen, concertgebouwen, overal had George Gershwin zijn sporen al nagelaten toen daar in 1935 ook nog eens operahuizen bijkwamen. Hij en zijn broer Ira waagden zich dat jaar aan de operabewerking van de roman Porgy van de zwarte auteur Edwin Du Bose Heyward. Daarin beschrijft die de belevenissen van een zwarte vissersgemeenschap voor de kust van de Carolinas. Eerder had componistenduo Jerome Kern en Oscar Hammerstein II interesse betoond voor dat verhaal, zij wilden het in een musical omzetten en daar moest Gershwin dus een schepje bovenop doen. Zijn opera-voorstel boeide auteur Heyward meer, in die mate dat hij nog mee aan het libretto hielp schrijven. Ten einde zich zo goed mogelijk in de materie in te werken, trok Gershwin zich maanden terug op Folly Island voor de kust van South Carolina, te midden van een Afrikaans Amerikaanse Gullah communauteit, op zoek naar diepgewortelde muzikale inspiratie. De zwarten op die kusteilanden waren een stuk minder geïntegreerd dan die op het vasteland van Amerika toen, die spraken zelfs geen zuiver Engels, eerder een mengtaaltje met nog heel wat Angolese elementen in, wat natuurlijk de authenticiteit van de uiteindelijke opera alleen maar ten goede kwam. Porgy And Bess, want dat werd het uiteindelijk, gaat over een kreupele zwarte die verliefd wordt op een prachtige zwarte vrouw maar het loopt slecht af : ze raakt verslaafd aan cocaïne en volgt haar dealer richting New York, Porky verweesd achterlatend. Niet zo evident allemaal, zeker in Amerika niet, zeker niet in die tijd. Segregatie was nog doodnormaal, dus om dan zwarten ten tonele te voeren en dan nog in alle hoofdrollen, ging menige operaliefhebber te ver. Othello tot daar aan toe. Bovendien, men kende Gershwin tot dan toe van vrolijke musicals, dus verwachtte men hier eerder een soort operette, Im Land Des Lächens of iets dergelijks, zeker halfweg die alsmaar depressievere thirties. Niets daarvan en vandaar dat de opera aanvankelijk geen onverdeeld succes werd. Men kan moeilijk van een mislukking spreken, maar lyrisch of laaiend was men toch ook niet. Men deed over het algemeen erg gereserveerd over Porgy And Bess. George Gershwin bleef daar stoïcijns bij; die was er van overtuigd dat vroeg of laat kritiek en publiek zouden bijdraaien en hij kreeg nog gelijk ook, maar dié dag heeft hij zelf niet meer meegemaakt. George overleed twee jaar na de première. Ook de individuele zangnummers uit de opera, hoe bekend en wijdverspreid die ook zijn, werden nooit hits; zeer eigenaardig is dat. Openingslied Summertime b.v., zó bekend en wel in 1.000 versies opgenomen, maar de enige die er ooit mee in een top-10 heeft gestaan was Billy Stewart; alle groten der aarde hadden Summertime ooit op het repertoire, tot Liberace, François Glorieux, James Last en Kurt Edelhagen toe, maar het enige succes was voor die nobele onbekende en dan nog vooral dank zij die gimmick aan het begin.

Contact


Nieuwe suggesties, aanvullingen en/of correcties kunnen steeds per post of via e-mail naar onderstaand adres verzonden worden:

Arnold Rypens
Rozenlaan 65
B-2840 Reet (Rumst)

info@originals.be

No Facebook No Twitter