ST. JAMES INFIRMARY

Laatste aanpassing op 14/02/2018

Artiest: Fess Williams & His Royal Flush Orch.
Auteur: Joe Primrose
Label: Vocalion
Jaar: 1927

Als Gambler Blues (St. James Infirmary Blues). Tekst hiervan toegeschreven aan Irving Mills onder pseudoniem Joe Primrose. Deel van de SJI-melodie is ook al duidelijk te horen in In A Charleston Cabin, een instrumental die al in 1924 werd opgenomen door o.a. Whitey Kaufman’s Original Pennsylvania Serenaders, The Carolina Club Orchestra (met Hal Kemp) en Saxi Holtsworth’s Harmony Hounds en in The Bard Of Armagh, een Ierse tune waarvan John McCormack al in 1920 een opname maakte voor Victor. Werd ook in 1927 vermeld in Carl Sandberg's American Songbag als Those Gambler's Blues.

Covers:

1927:

Henry Puckett [als The Dying Cowboy]

1927:

Vernon Dalhart [als Cowboy's Lament]

1928:

Buell Kazee [als Gambling Blues]

1929:

Hokum Boys [ook als Gamblers Blues (St. James Infirmary)]

1929:

Louis Armstrong & His Savoy Ballroom Five [moet als kind die St. James kerk nog weten staan hebben in Storyville want die leverde toen kolen bij de hoeren]

1929:

Bradley Kincaid [als In The Streets Of Laredo]

1930:

Jimmie Rodgers [als Those Gambler's Blues en later als Gambling Bar Room Blues]

1930:

Kid Ory

1930:

King Oliver

1930:

Emmett Matthews [als The Dying Gambler]

1930:

Goebel Reeves [als Blue Undertaker]

1930s:

Roosevelt Sykes

1931:

Cab Calloway

1935:

Dixie Ramblers [als Barroom Blues]

1936:

Fiddlin' Arthur Smith & his Dixieliners [als Chittlin' Cookin' Time In Cheatham County]

1938:

Texas Gladden [als Bad Girl (One Morning In May); Lomax-opname; extra waarschuwende versie, geheel in de lijn van haar strikt Mormoonse opvoeding; de in haar versie opgelopen venerische ziekte is daarom vanzelfsprekend een straf van God; op de eerste langspeler uitgebracht door het Archive of Folk Culture binnen het Library of Congress waar Alan Lomax voor werkte: Anglo American Ballads Vol. 1]

1939:

Count Basie

1942:

Artie Shaw

1942:

Blind Willie McTell [als Dying Crapshooter's Blues, de link naar Dylans Blind Willie McTell; de melodie schreef Willie zelf maar de tekst is duidelijk schatplichtig aan de St. James Infirmary/Gambler Blues-elementen, met name de begrafenisvoorzieningen; niemand die een indrukwekkender ceremonie vraagt dan hij: I want twelve policemen in my funeral march, Black Jack to lead the parade and a grave to be digged by the Ace of Spade]

1944:

Patti Page [als The Dying Cowboy]

1944:

Ray Noble [idem]

1946:

Josh White [als Free And Equal Blues; gooit het hiermee op de raciale toer; hekelt de praktijk waarbij bloedzakjes voor bloedtransfusies gesegregeerd waren in Amerika tijdens WO II; een blanke soldaat kon geen plasma van een zwarte donor krijgen en omgekeerd]

1947:

Jack Teagarden [bij Louis Armstrong & His All Stars]

1949:

Victor Young Orch. [als Streets Of Laredo in gelijknamige film; zang: Dick Haymes; credits: Jay Livingston/Ray Evans]

1956:

Dick Curless [idem]

1956:

Pete Seeger [idem]

1957:

Rambling Jack Elliott [idem]

1959:

Dave Van Ronk [als Gambler's Blues]

1959:

Eddy Arnold [als Streets Of Laredo]

1960:

Danny Dill [idem; schrijver van The Long Black Veil]

1960:

Don Gibson [idem]

1960:

Emmettones [Schots trio; melodie in Bold Robert Emmett; n°1 IRE]

1960:

Joan Baez [als Streets Of Laredo]

1961:

Brothers Four

1962:

Bobby Bland

1962:

Texian Boys [met Alan Lomax als Streets Of Laredo]

1964:

Graham Bond Organisation

1964:

Johnny Kendall & The Heralds

1964:

Shirley Collins & Davy Graham [als Bad Girl; Shirley was ooit Alan Lomax' sweetheart dus zij kende goed Texas Gladdens versie]

1964:

Alan Lomax [als The Dying Cowboy]

1965:

Dave Berry

1965:

Jimmy Smith [instrumental]

1965:

Eddy Mitchell [als J'avais deux amis; ode aan Buddy Holly & Eddie Cochran]

1965:

Johnny Cash [als Streets Of Laredo]

1966:

Standells

1968:

Eric Burdon & The Animals

1968:

Willie Nelson [als Streets Of Laredo]

1970:

Marty Robbins [idem]

1970:

Tommy Makem [als The Bard Of Armagh]

1971:

Jim Reeves [als Streets Of Laredo]

1972:

Joe Cocker

1977:

Lal & Norma Waterson [als The Unfortunate Lass]

1980:

Archie Shepp [instrumental]

1981:

John Cale [als Streets Of Laredo]

1983:

Bob Dylan [melodie in Blind Willie McTell, outtake van Infidels; kende die melodie vooral van Dave Van Ronks Gambler's Blues; in zijn nummer zingt Dylan: "I'm staring out the window of the old St. James Hotel"; zo'n gebouw bestaat in zijn Minnesota, met uitzicht op Highway 61 (op Main Street in Red Wing, Minnesota)]

1984:

Triffids

1988:

Danny Barker [New Orleans legende die ze ginder allemaal zien komen heeft en gaan, speelde zelfs ooit met Buddy Bolden en werd curator van het plaatselijke jazz museum]

1989:

Joe Dassin

1990:

Kate & Anna McGarrigle [als St. James Hospital (Cowboy Lament)]

1991:

Rosa King

1993:

James Booker

1995:

Butch Thompson

1995:

Webb Wilder & The Nashvegans [als Streets Of Laredo]

1997:

Vince Gill [als Streets Of Laredo op Iers concept album Long Journey Home]

1998:

Scatman Crothers

1999:

White Stripes

1999:

Ramblin' Jack Elliott [samen met Dave Van Ronk]

1999:

Swing Cats

1999:

Harry Connick Jr. [in medley met Just A Closer Walk With Thee]

1999:

Snakefarm [met Anna Domino]

1999:

Doc Watson [met kleinzoon Richard Watson]

2000:

Vera Coomans & Tom Theuns [zij van Madou, hij van Ambrozijn]

2000:

Tarbox Ramblers

2001:

Marc Ribot [instrumental]

2001:

Rob Van Appeven [in medley met Rozhinkes mit Mandeln]

2001:

Prefab Sprout [als Not Long For This World (Streets Of Laredo)]

2003:

Freek De Jonge [als Onze Lieve Vrouwe]

2003:

Hans Theessink

2003:

Van Morrison

2004:

Dr. John

2004:

Jools Holland & Tom Jones [in een BBC documentaire onderschrijft Jools de theorie dat de St. James Infirmary in kwestie Londense roots heeft]

2005:

Eliza Carthy [als The Unfortunate Lass]

2005:

Jim Causley [als Young Man Cut Down In His Prime op cd Song Links 2; Cecil Sharp hoorde een versie onder die titel in 1904 door Tom Spracklar in Somerset; Tom was soldaat geweest, net als het slachtoffer in zijn ballad]

2005:

Sara Grey & Kieran Means [als Bad Girl (One Morning In May) met naar het einde toe: "Had she but told me about it in time, I might have got salted pills of white mercury", destijds het paardenmiddel tegen syfilis binnen het leger (18de eeuw)]

2005:

Snooks Eaglin

2008:

Cassandra Wilson

2009:

Allen Toussaint

2010:

Preservation Hall Jazz Band [zang: Paolo Nutini]

2010:

Brendan Croker & Bruno Deneckere [gevolgd door een versie van Streets Of Laredo]

2011:

Hugh Laurie

2017:

Martin Simpson

2018:

Johnny Dowd

Afgeleid van 18e-eeuwse ballade The Unfortunate Rake of The Unfortunate Lass. De tune zou zelfs Schotse (geschreven door piper MacCrimmon) of Ierse roots hebben (The Bard Of Armagh, over lokale 18de eeuwse dichter Phelan Brady). Thematisch gaat het meestal over iemand die aan syfilis sterft onder een wit laken in St. James' Hospital. Een versie als The Unfortunate Rake werd in 1906 gescoord in Lyme Regis, Dorset door Henry Hammond. Zie ook The Nightingale.
Midden in Storyville, de rosse buurt van New Orleans, zou ooit een St. James Methodist Church gestaan hebben, een religieus centrum dat eerder in eerste hulp bij knokpartijen en deliriums, syfilis en ongewenste zwangerschappen voorzag. Jelly Roll Morton werkte als piano professor in een bordeel daar vlak in de buurt. Maar de tekst is ouder dan het ontstaan van Storyville en dus is de échte St. James Infirmary wellicht in Londen te zoeken, meer bepaald in de St. James' Workhouse, opgericht door de Parish of St. James in Poland Street in 1728. Naast aparte ruimten voor mannen, vrouwen, jongens en meisjes, voorzag die Workhouse ook in een verloskamer voor straatmadelieven en in een Infirmary. Een volkszanger heeft niet veel fantasie meer nodig om daar een song te situeren geliëerd aan syfilis. Reden waarom de song ook vaak uitzendverbod kreeg. John A. Lomax scoorde in de far west diverse variaties als The Dying Cowboy en/of The Streets Of Laredo, waarin een stervende cowboy om eenzelfde waardige begrafenis verzoekt als al zijn lotgenoten (mannelijke en vrouwelijke) in alle overige varianten, weze het onder de titel St. James Infirmary, Bad Girl (One Morning In May), (Those) Gambler's Blues of The Unfortunate Rake.

Contact


Nieuwe suggesties, aanvullingen en/of correcties kunnen steeds per post of via e-mail naar onderstaand adres verzonden worden:

Arnold Rypens
Rozenlaan 65
B-2840 Reet (Rumst)

info@originals.be

No Facebook No Twitter