U bent hier > Originals > Casey jones (the brave engineer)
CASEY JONES (The Brave Engineer) < vorige volgende >
| (Eddie Newton/T. Lawrence Seibert) |
| (o): | American Quartet (1910) | label: Victor |
| | Dubbele millionseller; zang: Billy Murray. Sagasong gebaseerd op het treinongeluk van de Cannon Ball Express in Vaughan, MS in 1900. Casey Jones was de treinconducteur, de beste en meest punctuele die ze ooit hebben gehad op de Illinois Central Line. Dat was de belangrijke verbinding Chicago-New Orleans. Casey reed een traject tussen Memphis, TN. en Canton, MS. Mensen zetten hun klok gelijk wanneer ze Caseys stoomfluit hoorden, een zeer karakteristieke stoomfluit, speciaal voor hem gebouwd. "Hij reed zich te pletter met één hand aan de rem en de andere aan zijn stoomfluit". Wallace "Wash" Saunders was jarenlang kolenschepper op zo'n trein en heeft Casey goed gekend. Heeft naar eigen zeggen Casey's bloed nog opgeveegd in de gecrashte treincabine. Na die fatale gebeurtenis paste Wallace de woorden aan van een bestaande tune (Jimmie Jones) die hij gehoord had in Kansas City en bezong als eerste Caseys lof. (Verhaal opgetekend in 1933 door de Lomaxen uit de mond van Sanders' partner Cornelius Steen). Casey Jones werd een favoriet nummer onder spoorwegarbeiders en hobo's en werd al snel overgenomen in vaudeville. De eerste die deze ballad in zijn act incorporeerde was Tallifero Lawrence Seibert (1877-1917) uit Bloomington, Indiana, eerst nog als sketch, later als ragtimetune op muziek van zijn pianist Eddie Newton en samen publiceerden ze de song. Die versies van 1910 gaan voort op die vaudeville-adaptatie. Oorspronkelijke auteur Wallace Saunders zou de rechten op zijn song voor een pint gin hebben verkocht. Die ongepubliceerde oorspronkelijke versie staat afgedrukt in het boekje The Choo-Choo Stopped At Vaughan dat te koop wordt aangeboden in het museumpje op de plaatst van de crash. Bewoners van Jackson, TN. hebben achteraf een standbeeld opgericht op het graf van de echte Casey Jones (John Luther Jones). Zijn bijnaam had hij te danken aan zijn geboortestadje Cayce, Kentucky. |
| (c): | Billy Murray (1910) [solo-versie], Arthur Collins & Byron G. Harlan (1910) , Leighton Brothers (1910s) [in vaudeville], Fiddlin' John Carson (1923) , Riley Puckett (1924) , Gid Tanner (1927) , Furry Lewis (1928) [als Kassie Jones], Memphis Jug Band (1928) [als On The Road Again], Prince Albert Hunt (1928) [als Katy On Time], Wilmer Watts & The Lonely Eagles (1929) [als Knocking Down Casey Jones], Two Bobs (1932) , Ken Colyer's Skiffle Group (1954) [introducing Alexis Korner], Eddy Arnold (1956) , Kenny Rankin (1960) , Mississippi John Hurt (1963) , Tarriers (1963) , Johnny Cash (1963) , Grateful Dead (1970) , Jim Dickinson (1972) , Warren Zevon & David Lindley (1991) [op Deadicated], Jerry Garcia & David Grisman (1996) , Rory Block (1998) [als Kassie Jones], Tom Russell (1999) , Dave MacKenzie (1999) [als Kassie Jones in medley met Turn Your Money Green], North Mississippi All Stars (2000) [als K.C. Jones], |
| |
| Een sagasong als deze stamt uit een oeroude balladtraditie, die van de wreck-ballads. Zware ongelukken en natuurrampen zijn van alle tijden, volkshelden evenzeer. Ook de bekende politieke activist en songschrijver Joe Hill (zie: Joe Hill) schreef een Casey Jones-song (vermoedelijk in 1911), gecovered door Pete Seeger & The Almanac Singers. In feite hebben de Furry Lewis-versie (Kassie Jones, waar Rory Block op voortgaat) en de Mississippi John Hurt-versie (waar The Grateful Dead op voortgaat) allebei een andere melodie. Gelijkaardige ballad: The Wreck Of The Six-Wheel Driver, toegeschreven aan H.M. Harris maar die leerde dit in 1906 van een zwarte katoenplukker. Begon met de zin: "Joseph Mickel was a good engineer, told his fireman not to fear...", net als in Casey Jones. |
| |